Naar inhoud springen

achterlopen

Uit WikiWoordenboek
  • ach·ter·lo·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
achterlopen
liep achter
achtergelopen
klasse 7 volledig

achterlopen

  1. inergatief een vroegere tijd aangeven dan de juiste
    • Die klok heeft al enige tijd achtergelopen. 
     Ze liet haar blik nog één keer langzaam en precies over de spoorlijnen glijden, vergeleek de tijd op haar polshorloge met die op de stationsklok, constateerde verontwaardigd dat die laatste achterliep, en met een sierlijk maar streng gebaar haalde ze uit haar borstzak een rood fluitje vandaan, klaar om het vertreksignaal af te kondigen.[1]
99 %van de Nederlanders;
92 %van de Vlamingen.[2]
  1. Safae el Khannoussi
    “Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim op Wikipedia, ISBN 9789493339125
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be