achterlopen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·lo·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
achterlopen
liep achter
achtergelopen
klasse 7 volledig

Werkwoord

achterlopen

  1. inergatief een vroegere tijd aangeven dan de juiste
    • Die klok heeft al enige tijd achtergelopen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.