achterlicht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·licht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord achterlicht achterlichten
verkleinwoord achterlichtje achterlichtjes

Zelfstandig naamwoord

achterlicht o

  1. (verkeer) lamp(en) aan de achterkant van een voertuig (meestal rood gekleurd)
  2. (jongerentaal) roodharige, bakboordslicht, knipperbol, stoplicht, vuurtoren
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen