achterkeuken
Uiterlijk

- ach·ter·keu·ken
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | achterkeuken | achterkeukens |
| verkleinwoord | achterkeukentje | achterkeukentjes |
- bijkeuken aan de achterkant van het huis; ruimte tussen de schuur en het huis in
- ▸ De man en de vrouw, voormalige antiquairs, leidden een teruggetrokken bestaan en waren bang voor een overval. "Meestal zaten ze in de achterkeuken, de woonkamer bleef onaangeroerd", schrijft Het Laatste Nieuws. Het echtpaar zou geregeld ruzie hebben gehad.[2]
- ▸ Op zijn kast in de achterkeuken staan twee kristallen glaasjes met een bierviltje op. Rechts ervan een fles Wortegemsen. Links een witte Bouchard Père et fils Macon Village van 2015.[3]
- Het woord achterkeuken staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron “Hoogbejaarde Belg slaat zijn vrouw (87) dood met hamer” (21-09-2021), NOS - ↑
Weblink bron Bieke Cornillie“Vlaamse wijnhandelaar Leo (90) is de oudste starter van het land” (04-11-2019), Tubantia