achterhar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. Een houten sluisdeur met bij ① de achterhar.
Uitspraak
Woordafbreking
  • achter·har
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord achterhar achterharren
verkleinwoord achterharretje achterharretjes

Zelfstandig naamwoord

achterhar v

  1. (waterbeheer) verticale balk in sluisdeur (puntdeur) aan de kant van de sluiswand
     De voor- en achterhar van een puntdeur bij sluiswerken worden door de regels eveneens in dezen geest belast.[2]

Gangbaarheid

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 11-12-2021 Weblink bron ir. M.J.H. Tjaden Weerstand van hout loodrecht op de vezelrichting. (20 mei 1911) in: De Ingenieur op Wikipedia, jrg 26, no 20,, Koninklijk Instituut van Ingenieurs, p. 519