achterdeur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·deur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord achterdeur achterdeuren
verkleinwoord achterdeurtje achterdeurtjes

Zelfstandig naamwoord

achterdeur v

  1. deur langs de achterkant van een gebouw
    • In een dorp komt men meestal via de niet gesloten achterdeur binnen. 
  2. (figuurlijk) niet-officiële of heimelijke werkwijze
    • Hij heeft zijn diploma via een achterdeurtje gehaald.  
     Als de overheid immers zélf procespartij is, heeft die wel toegang tot alle uitspraken. Via de achterdeur – de databases van de rechtbanken. Burgers hebben dat niet. Dat is rechtsongelijkheid die niet kan.[3]
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. achterdeur op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 9 december 2022 Weblink bron Folkert Jensma “De rechtspraak is kennelijk alleen openbaar voorzover het de rechter behaagt” (1 december 2022) op nrc.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be