achterdeur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·deur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord achterdeur achterdeuren
verkleinwoord achterdeurtje achterdeurtjes

Zelfstandig naamwoord

achterdeur v

  1. deur langs de achterkant van een gebouw
    • In een dorp komt men meestal via de niet gesloten achterdeur binnen. 
  2. achterdeurtje = via de niet officiële weg
    • Hij heeft zijn diploma via een achterdeurte gehaald.  
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl