achterdeur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·deur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord achterdeur achterdeuren
verkleinwoord achterdeurtje achterdeurtjes

Zelfstandig naamwoord

achterdeur v

  1. deur langs de achterkant van een gebouw
    In een dorp komt men meestal via de niet gesloten achterdeur binnen.
  2. achterdeurtje = via de niet officiële weg
    Hij heeft zijn diploma via een achterdeurte gehaald.
Antoniemen
Vertalingen

Meer informatie