achtbaanritje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • acht·baan·rit·je

Zelfstandig naamwoord

achtbaanritje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord achtbaanrit