achel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • achel

Werkwoord

vervoeging van
achelen

achel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van achelen
    • Ik achel. 
  2. gebiedende wijs van achelen
    • Achel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van achelen
    • Achel je?