accipere

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Latijn

Uitspraak
  • IPA: /akˈkɪpɛˌrɛ/
Woordafbreking
  • ac·ci·pe·re
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
infinitief 1e pers. enk.
ind. praes. act.
1e pers. enk.
ind. perf. act.
supinum
ăccĭpĕre ăccĭpĭo ăccēpi ăccĕptum
vijfde vervoeging volledig

Werkwoord

ǎccĭpĕre

  1. aannemen, aanvaarden, ontvangen
  2. vernemen, horen
  3. goedkeuren