accijns

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·cijns
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘verbruiksbelasting’ voor het eerst aangetroffen in 1629 [1]
  • uit het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord accijns accijnzen
verkleinwoord accijnsje accijnsjes

Zelfstandig naamwoord

accijns m

  1. (financieel) (economie) (juridisch) belasting die direct geheven wordt bij de aan en verkoop van goederen.
    • De overheid wilde de accijns op sigaretten verhogen. 
    • Door verhoging van de accijns probeert de regering het gebruik van benzine te ontmoedigen. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen