accidenta
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| accidentar |
accidenta
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van accidentar
- gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van accidentar
| vervoeging van |
|---|
| accidentarse |
accidenta
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van accidentarse