accidentéis
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| accidentar |
accidentéis
- aanvoegende wijs tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van accidentar
- gebiedende wijs (ontkennend) tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van accidentar
| vervoeging van |
|---|
| accidentarse |
accidentéis
- aanvoegende wijs tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van accidentarse
- gebiedende wijs (ontkennend) tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van accidentarse