accident

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
2. Accidenten (voortekens): kruis-, mol- en herstellingsteken voor een noot genoteerd.


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·ci·dent
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord accident accidenten
verkleinwoord accidentje accidentjes

Zelfstandig naamwoord

accident o

  1. ongeval, ongeluk
  2. (muziek) een afwijking van de door de voortekening vastgelegde toonhoogte van de lijnen op de notenbalk. De afwijking wordt aangegeven door een symbool dat op, of tussen de lijnen van een notenbalk is genoteerd
    • Zonder verdere aanwijzingen blijft het accident van kracht tot de maatstreep. 
  3. (filosofie) toevallige eigenschap van iets (itt een essentiële eigenschap)
     Essentie en accident zijn begrippen waarmee filosofen van oude tijden af tot op de dag van vandaag zich bezig hebben gehouden.[3]
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. accident op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 14 augustus 2021 Weblink bron C. Ouwendorp “Wet” (2 december 2002), Philosophia Reformata
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

enkelvoud meervoud
accident accidents

Zelfstandig naamwoord

accident

  1. accident, ongeval, ongeluk
  2. (filosofie) accident [3]


Frans

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  accident     l'accident     accidents     les accidents  

Zelfstandig naamwoord

accident m

  1. accident, ongeval, ongeluk
  2. (muziek) accident [2]
  3. (filosofie) accident [3]