accentuering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·cen·tu·e·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord accentuering accentueringen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

accentuering v

  1. presentatie op zo'n manier dat het als onderdeel extra opvalt
     Het brute en het uitgesproken masculiene heeft sinds #MeToo toch al een slechte pers en accentuering van typisch mannelijke eigenschappen als beharing is daarom niet en vogue. Zie de slordige stoppelbaard van Harvey Weinstein, die nu vooral afgrijzen wekt.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 19 juni 2020 Weblink bron Warna Oosterbaan “Er moet een idee zitten achter lichaamshaar” (30 november 2018) op nrc.nl