accelerator

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·ce·le·ra·tor


Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord accelerator acceleratoren
accelerators
verkleinwoord acceleratortje acceleratortjes

Zelfstandig naamwoord

accelerator m

  1. (natuurkunde) deeltjesversneller
  2. (scheikunde) middel om een scheikundige reactie te versnellen
  3. (motortechniek) acceleratiepomp
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl