accapareren
Uiterlijk
- Geluid: accapareren (hulp, bestand)
- ac·ca·pa·re·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| accapareren |
accapareerde |
geaccapareerd |
| zwak -d | volledig | |
accapareren
- overgankelijk beslag leggen op, inpalmen, opkopen, zich toe-eigenen
- Soms accapareren de media het nieuws door het bij voorbaat al als lachwekkend of onbetrouwbaar voor te stellen.
- Het woord accapareren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Achtervoegsel -eren in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal