aburres
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| aburrarse |
aburres
- aanvoegende wijs tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van aburrarse
- gebiedende wijs (ontkennend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van aburrarse
| vervoeging van |
|---|
| aburrir |
aburres
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van aburrir