abseilen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ab·sei·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
abseilen
seilde ab
abgeseild
zwak -d volledig

Werkwoord

abseilen

  1. (inergatief) met behulp van een touw van een steile wand afdalen
    Mijn favoriete bezigheid is abseilen van een hoge wand.
Vertalingen