abouches

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Werkwoord

vervoeging van
aboucher

abouches

  1. tweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van aboucher
  2. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van aboucher