abortuscijfer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • abor·tus·cij·fer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord abortuscijfer abortuscijfers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

abortuscijfer o

  1. (medisch) het aantal abortussen dat verricht wordt in een bepaalde populatie in een bepaalde periode
     Minister Schippers van Volksgezondheid wil dat het aantal abortussen omlaaggaat. Ze roept daarvoor de hulp van huisartsen in. Hoewel Nederland in internationaal opzicht volgens Schippers een laag abortuscijfer heeft, vindt ze toch dat "wel véél vrouwen abortus laten plegen". Dat zegt de minister in een interview dat zaterdag in het Nederlands Dagblad verschijnt.[1]
     "Het lage abortuscijfer neemt niet weg dat het beter kan", schrijft De Jonge. Een derde van de behandelde vrouwen heeft al eerder een abortus ondergaan. "De kern van het probleem bij een groot aantal herhaalde zwangerschapsafbrekingen is het ontbreken van adequate anticonceptie." De plaatsing van een spiraaltje door een huisarts is al gratis.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 mei 2022 Weblink bron “Minister Schippers: minder abortussen door grotere rol huisarts” (30-12-2016), NOS
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 mei 2022 Weblink bron “Kabinet wil plaatsen spiraaltje in abortuskliniek vergoeden” (06-07-2018), NOS