aborre

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • a·bor·re
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Ouddeense zelfstandige naamwoord aghborre
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   aborre     aborren     aborrer     aborrerne  
genitief   aborres     aborrens     aborrers     aborrernes  

Zelfstandig naamwoord

aborre, g

  1. (dierkunde), (vissen) Perca fluviatilis op Wikispecies, baars
Hyperoniemen


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

aborre

  1. verouderde spelling of vorm van abborre van vóór 1874
onbepaalde mannelijke vorm nominatief enkelvoud

Verwijzingen

  • SAOL i Projekt Runeberg
  • Svenska Akademiens ordlista över svenska språket (SAOL)
    • DALIN (1850-53): abborre → aborre, m
    • SAOL 1 (1874): aborre, m, heden → g