abonneren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • abon·ne·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
abonneren
abonneerde
geabonneerd
zwak -d volledig

Werkwoord

abonneren

  1. wederkerend zich ~ op een abonnement aangaan
    Hij heeft zich op de Volkskrant geabonneerd.
Vaste voorzetsels
  • abonneren op
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Wiktionnaire