Naar inhoud springen

abocarse

Uit WikiWoordenboek
  • a·bo·car·se
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
abocarse
abocaba
abocado
volledig

abocarse

  1. wederkerend bij elkaar komen
  2. (~ con) een ontmoeting hebben met, een gesprek voeren met(zuidelijk Zuid-Amerika)
  3. ~a; het hoofd bieden aan