ablanda
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| ablandar |
ablanda
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van ablandar
- gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van ablandar
| vervoeging van |
|---|
| ablandarse |
ablanda
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van ablandarse
| vervoeging van |
|---|
| ablandir |
ablanda