abjurez

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Werkwoord

vervoeging van
abjurer

abjurez

  1. tweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van abjurer
  2. tweede persoon meervoud gebiedende wijs (impératif présent) van abjurer