abekatte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • a·be·kat·ten
Naar frequentie 40776

Zelfstandig naamwoord

abekatte

  1. nominatief onbepaald gemeenschappelijk geslacht meervoud van abekat