abegilde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • a·be·gil·de
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Deense zelfstandige naamwoorden abe en gilde
Naar frequentie 180761
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   abegilde     abegildet     abegilder     abegilderne  
genitief   abegildes     abegildets     abegilders     abegildernes  

Zelfstandig naamwoord

abegilde, o

  1. een uitgelaten of door excessen gekenmerkt feest
Synoniemen
Hyperoniemen