abdecken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • ab·de·cken
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Duitse werkwoord decken met het voorvoegsel ab-
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
abdecken


deckte ab


(hat) abgedeckt


zwak volledig

Werkwoord

abdecken

  1. (overgankelijk) weghalen, wegnemen (bijv. takken van een groeve)
  2. (overgankelijk) afdekken (ter bescherming of uit veiligheidsredenen bijv. van een groeve, een keldergat, een put)
Synoniemen
Antoniemen