abêtissent

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Werkwoord

vervoeging van
abêtir

abêtissent

  1. derde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van abêtir
  2. derde persoon meervoud aanvoegende wijs (subjonctif imparfait) van abêtir
  3. derde persoon meervoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van abêtir