aasvis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aas·vis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aasvis aasvissen
verkleinwoord aasvisje aasvisjes

Zelfstandig naamwoord

aasvis m

  1. dode of levende vis die vissers gebruiken als lokmiddel voor de te vangen vis
    • Naast een verbrandingsmotor is het voor vissers gebruikelijk om een stille elektromotor te gebruiken bij te trollen. Dit is het rustig op een laag tempo varen en met dode aasvis of kunstaas proberen snoek, baars of snoekbaars en tegenwoordig zelfs meerval mee binnen te halen. De elektromotoren zijn tegenwoordig goed betaalbaar. Een beetje elektromotor heb je al voor rond de 100 euro en een accu kost ongeveer hetzelfde. [1] 
    • De vissen zijn omnivoren die zich vooral voeden op plankton, zeewier en algen. Ze eten de algen van de riffen af en worden daarom gezien als de tuinders van de koraalriffen. Ze zorgen dat het koraal gezond blijft. Ook wordt de Picasso Doktersvis in de visserij door de sterke geur vaak gebruikt als aasvis. Ze worden gevangen om te dienen als beet voor grotere vissen. [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Telegraaf KIRAE DE BOER 01 dec. 2012 De ideale boot voor vissers?
  2. HP de Tijd JESSY DE COOKER 7 JUN 2016 De makers van Finding Dory brengen het blauwe visje in groot gevaar