aartsschelm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aarts·schelm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aartsschelm aartsschelmen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

aartsschelm m

  1. doortrapte boef, iemand die sterk geneigd is dingen te die verboden zijn
     Wie contact wil met de ‘echte’ Uilenspiegel wordt verwezen naar het nabijgelegen ‘Dorf Kneitlingen’, dat als Tijls geboorteplaats de spin in het web is van de wandel-, fiets- en autoroutes die de plaatselijke VVV in de voetsporen van Uilenspiegel heeft uitgezet. Maar ook daar komt de aartsschelm je minder nabij dan in het boek van Bote.[2]
Synoniemen
Opmerkingen
  • Van oudsher wordt het voorvoegsel "aarts-" vaak verward met het bijvoeglijk naamwoord aards of het zelfstandig naamwoord aarde, wat soms leidt tot de onjuiste schrijfwijzen "aardsschelm" of "aardschelm".

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 11 januari 2020 Weblink bron Pieter Steinz “Van burgerschrik tot olijke eenling” (27 februari 2009) op nrc.nl