aartsidioot
Uiterlijk
- Geluid: aartsidioot (hulp, bestand)
- aarts·idi·oot
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aartsidioot | aartsidioten |
| verkleinwoord |
de aartsidioot m
- persoon die heel erg dom is
- ▸ Het hele hof sprak over hem als over de aartsidioot in plaats van de aartshertog, en mijn vijanden brachten in Parijs gekke verhalen over hem in omloop.[1]
- Het woord 'aartsidioot' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- ↑ Victoria Holt“Bekentenissen van een koningin” (1968), Saga, ISBN 9788726484847