aartsbedrieger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aarts·be·drie·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aartsbedrieger aartsbedriegers
verkleinwoord aartsbedriegertje aartsbedriegertjes

Zelfstandig naamwoord

aartsbedrieger m

  1. iemand die altijd probeert anderen te misleiden
    • „Ik zou zwart willen zijn en in New York willen wonen”, zegt Joachim Trier. Tegenover me zit een wat bleke jongen van kortgeknipte blonde haren en een effen grijs T-shirt. Hij meent wat hij zegt, dat is duidelijk, maar toch flitst het wantrouwen even op. Hij is per slot van rekening verre familie van aartsbedrieger Lars von Trier (die het von gewoon voor zijn familienaam plakte.) [2]
Verwante begrippen

Gangbaarheid

Verwijzingen