aardappels
Uiterlijk
- Geluid: aardappels (hulp, bestand)
- aard·ap·pels
de aardappels mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord aardappel
- ▸ De dagen bracht Kathrin op de crèche door; aan het eind van de dag haalde Kron haar op, bracht haar in de kinderwagen naar huis, verschoonde haar, baadde haar, sneed kippenborst en aardappels in kleine stukjes.[1]
- Het woord aardappels staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ “Ons soort mensen” (2016), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9789026334672