Naar inhoud springen

aardappelen

Uit WikiWoordenboek
  • aard·ap·pe·len

deaardappelenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord aardappel
     De volgende dag stond er tijdens het avondeten behalve de karbonaden, gekookte aardappelen en doperwten eveneens een stevige discussie op het programma.[1]
     Zonder televisie geen eten en zonder televisie geen slaap. Zodra het donker wordt houdt de televisie zijn moeder gezelschap terwijl ze aan de keukentafel aardappelen schilt voor de huisgemaakte frieten en sigaretten rookt.[2]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]