aardappelboertje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aard·ap·pel·boer·tje

Zelfstandig naamwoord

aardappelboertje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord aardappelboer