Naar inhoud springen

aardappelboer

Uit WikiWoordenboek
  • aard·ap·pel·boer
enkelvoud meervoud
naamwoord aardappelboer aardappelboeren
verkleinwoord aardappelboertje aardappelboertjes

deaardappelboerm

  1. (landbouw) (beroep) boer die aardappels verbouwt
     'Wil je aardappelboer worden?'
    'Ik heb een moestuin aangelegd.
    [1]
  2. (handel) aardappelverkoper