aanzwellend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·zwel·lend

Werkwoord

vervoeging van
aanzwellen

aanzwellend

  1. onvoltooid deelwoord van aanzwellen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.