aanzwellen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·zwel·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanzwellen
zwol aan
aangezwollen
klasse 3 volledig

Werkwoord

aanzwellen

  1. ergatief toenemen in omvang, luidheid of intensiteit
    • De orkaan was inmiddels aangezwollen tot categorie 3. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid