aanwijzer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·wij·zer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanwijzer aanwijzers
verkleinwoord aanwijzertje aanwijzertjes

Zelfstandig naamwoord

aanwijzer m [1]

  1. iemand die aanwijst
  2. voorwerp waarmee men kan aanwijzen of dat iets aanwijst
  3. (wiskunde) exponent
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal