aanwijsstok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

militair wijst wat aan met aanwijsstok
Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·wijs·stok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanwijsstok aanwijsstokken
verkleinwoord aanwijsstokje aanwijsstokjes

Zelfstandig naamwoord

aanwijsstok m

  1. (onderwijs) stok waarmee men zaken kan aanwijzen op een schoolbord
    • Een eeuw later brengt Sylvie Fabeck het staatje opnieuw tot leven. Met een subtiele streling van haar aanwijsstok trekt de gids van het Geuldalmuseum een kaarsrechte lijn over een maquette. ,,Het gebied werd uiteindelijk in drieën gesplitst. Nederland kreeg Moresnet, dat vanaf 1830 weer Belgisch werd. Met een zelfde beweging, maar dan oostelijker: ,,En Duitsland kreeg Preußisch-Moresnet, tegenwoordig Neu-Moresnet.[1] 
    • En waar dat tegenwoordig in het voortgezet onderwijs niet meer mag en kan, gaf Koops van 't Jagt, gewapend met een beamer en een aanwijsstok, gewoon ouderwets klassikaal les. Wel hield hij het net binnen de vijftig minuten, een lesuur dus.[2] 
    • Je kon overal tikken voor krijgen, beweert hij. "We moesten ’s morgens altijd netjes twee-aan-twee in de rij staan. Stond je niet goed, dan kreeg je een lel."Jonker vertelt dat er klappen werden uitgedeeld - ook op de school van de Rekkense Inrichtingen - met een lat, een aanwijsstok, een knuppeltje of een Spaans rietje.[3] 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Tubantia Dirk Wijnand de Jong 11-JANUARI-2017
  2. Tubantia 01-NOVEMBER-2007
  3. Tubantia Lucien Baard 31-DECEMBER-2017