aanvrager

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·vra·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanvrager aanvragers
verkleinwoord aanvragertje aanvragertjes

Zelfstandig naamwoord

aanvrager m

  1. iemand die een verzoek doet
    • De aanvragers van de subsidie moeten een uitgebreide uitleg geven waarvoor ze de subsidie nodig hebben. 
    • De aanvrager van een uitkering moet een aantal officiële documenten meebrengen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.