aanvrager

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·vra·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanvrager aanvragers
verkleinwoord aanvragertje aanvragertjes

Zelfstandig naamwoord

aanvrager m

  1. iemand die een verzoek doet
    De aanvragers van de subsidie moeten een uitgebreide uitleg geven waarvoor ze de subsidie nodig hebben.
    De aanvrager van een uitkering moet een aantal officiële documenten meebrengen.