aanvalsgeweer
Uiterlijk

- aan·vals·ge·weer
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aanvalsgeweer | aanvalsgeweren |
| verkleinwoord | aanvalsgeweertje | aanvalsgeweertjes |
het aanvalsgeweer o
- (militair) krachtig, automatisch vuurwapen voor de middellange afstand
- ▸ Daarentegen hadden ze dat waar gewone dieven zich als eerste voor geïnteresseerd zouden hebben geen blik waardig gekeurd, rijen aanvalsgeweren van het type AK-4 en de meer dan 10.000 patronen die er evenzeer voor het grijpen lagen.[1]
- ▸ Betts schoot met een AR15-aanvalsgeweer van Amerikaanse makelij. Hij had daarvoor speciale magazijnen met extra veel kogels zodat er minder vaak herladen hoefde te worden. In zijn auto lag een shotgun.[2]
- Het woord 'aanvalsgeweer' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)“De tweede doodzonde” (2020), Uitgeverij Prometheus
, ISBN 9789044645149 - ↑
Weblink bron “Dayton-schutter met aanvalswapen naar bar, motief nog onduidelijk” (Maandag 5 augustus 2019), NOS