aanvaardbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·vaard·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aanvaardbaar aanvaardbaarder aanvaardbaarst
verbogen aanvaardbare aanvaardbaardere aanvaardbaarste
partitief aanvaardbaars aanvaardbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

aanvaardbaar

  1. te aanvaarden, acceptabel
    Hij heeft ons een aanvaardbaar voorstel gedaan.
    De kwaliteit van de maaltijd in dit restaurant was aanvaardbaar, maar dus niet echt goed.
Antoniemen
Vertalingen