aanvaardbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·vaard·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aanvaardbaar aanvaardbaarder aanvaardbaarst
verbogen aanvaardbare aanvaardbaardere aanvaardbaarste
partitief aanvaardbaars aanvaardbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

aanvaardbaar

  1. te aanvaarden, acceptabel
    • Hij heeft ons een aanvaardbaar voorstel gedaan. 
    • De kwaliteit van de maaltijd in dit restaurant was aanvaardbaar, maar dus niet echt goed. 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.