aantrekkinkje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·trek·kin·kje

Zelfstandig naamwoord

aantrekkinkje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord aantrekking

Gangbaarheid