aantree

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·tree
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aantree aantreden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aantree v/m

  1. breedte van een trap tree
  2. opstelling in het gelid
Schrijfwijzen

Gangbaarheid

30 % van de Nederlanders;
20 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen