Naar inhoud springen

aantreden

Uit WikiWoordenboek
  • aan·tre·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aantreden
trad aan
aangetreden
klasse 5 volledig

aantreden

  1. ergatief (militair) in het gelid gaan staan
    • De soldaten moesten aantreden bij de kroning van de koning. 
  2. ergatief beginnen te werken
    • Na drie maanden geleden te zijn benoemd treed de nieuwe direkteur nu aan. 
     Want al waren er aardig wat klerken die het beduchte staatshoofd na zijn laatste toespraak berouwvol een warm hart toedroegen (de toespraak waarin hij zijn buitenzinnige volk voor het eerst sinds zijn aantreden in hun eigen dialect aansprak met de fameuze woorden 'Vergeef me, ik heb fouten begaan!'), niemand kon eromheen dat de portretten in het paleis een bedrukte en ongemakkelijke sfeer veroorzaakten, en dus ging men onder toezicht van de langstzittende griffier, en met het haast onwerkelijke enthousiasme van de archivaris en de bode, aan de slag.[1]

deaantredenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord aantree
100 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[2]
  1. Safae el Khannoussi
    “Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim op Wikipedia, ISBN 9789493339125
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be