aantreden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·tre·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aantreden
trad aan
aangetreden
klasse 5 volledig

Werkwoord

aantreden

  1. ergatief (militair) in het gelid gaan staan
    • De soldaten moesten aantreden bij de kroning van de koning. 
  2. ergatief beginnen te werken
    • Na drie maanden geleden te zijn benoemd treed de nieuwe direkteur nu aan. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie