aantijger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·tij·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aantijger aantijgers
verkleinwoord aantijgertje aantijgertjes

Zelfstandig naamwoord

aantijger m

  1. iemand die een aantijging doet
    • De geestelijke gesteldheid van de aantijger. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

43 % van de Nederlanders;
41 % van de Vlamingen.