aantekenen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·te·ke·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aantekenen
tekende aan
aangetekend
zwak -d volledig

Werkwoord

aantekenen

  1. opschrijven om te onthouden
    • De arts had heel precies aangetekend wanneer hij welke patiënt had gezien met welke klachten. 
  2. een nadere opmerking maken
    • Ik wil hierbij aantekenen dat ik het niet eens ben met de gang van zaken. 
  3. ondertrouw doen
    • Minimaal 6 weken voor het huwelijk moet je het huwelijk aantekenen, want dan hebben mensen de tijd om bezwaar te maken tegen het voorgenomen huwelijk. 
  4. verzenden met recht op schadeloosstelling bij verloren gaan
    • Een belangrijke brief moet je altijd laten aantekenen. 

verzet of protest aantekenen

  1. protesteren

appel of hoger beroep aantekenen

  1. in hoger beroep gaan
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen