aansporing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·spo·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aansporing aansporingen
verkleinwoord aansporinkje aansporinkjes

Zelfstandig naamwoord

aansporing v

  1. aanmoediging tot actie
    • Na een kleine aansporing wilde de meester toch wel beginnen met de uitleg. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.