aansnijden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·snij·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aansnijden
sneed aan
aangesneden
klasse 1 volledig

Werkwoord

aansnijden

  1. het eerste stuk er afsnijden
  2. over iets beginnen
  3. (sport) de bal met de binnen- of buitenkant van de voet naar een medespeler schieten
Vertalingen