Naar inhoud springen

aansnijden

Uit WikiWoordenboek
  • aan·snij·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aansnijden
sneed aan
aangesneden
klasse 1 volledig

aansnijden

  1. overgankelijk het eerste stuk er afsnijden
     Terug in de flat trokken we vrolijk de theedoeken van de sandwiches, pakten flesopeners en kurkentrekkers, zetten een plaat op en keken naar het aansnijden van de witte boltaart, waar Cynth een scheut rum doorheen had gedaan.[1]
  2. overgankelijk over iets beginnen
  3. (sport) de bal met de binnen- of buitenkant van de voet naar een medespeler schieten
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]
  1. Jessie Burton (vert.Marja Borg)
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be